Budel bevindt zich in het zuidoosten van Nederland, nabij de Belgische grens.
Op deze locatie wordt sinds 1892 zink geproduceerd, maar sinds 1973 gebruikt Budel het elektrolytisch procédé. Het bedrijf heeft zijn processen verder verbeterd en de historische vervuiling aangepakt, zodat het bedrijf nu een toonbeeld is van minimale milieu-impact.
In 1993 besloot Budel om uiteindelijk te stoppen met de productie van jarosiet en het nevenproduct gips, en om de bestaande jarosiet- en gipsbekkens op het terrein te sluiten. In overleg met de Nederlandse overheid heeft Budel zwaar geïnvesteerd in projecten om te verzekeren dat het jarosiet en gips op een correcte manier wordt geborgen in de bekkens. Het sluiten van de bekkens is bijna voltooid, want het afdekken van het laatste gipsbekken is voorzien voor de zomer van 2008.
De lange industriële geschiedenis op de fabriekssite heeft geleid tot lokale vervuiling van de bodem en het grondwater. Daarom werden belangrijke saneringsprogramma's opgezet, waaronder de verwijdering van de historische "zinkassen", die als opvulmateriaal op het terrein werden gebruikt. Het opruimen van de resterende vervuilde materialen op het terrein, waaronder zinkassen en ongebruikte gebouwen, zal in 2008 worden voltooid in het kader van het afdekken van het laatste gipsbekken..
In 1992 werd een geohydrologisch beheersingssysteem ("Geohydrological Containment System", "GCS") geïnstalleerd om de vervuiling van het grondwater te beheersen. Dit systeem bestaat uit 12 pompputten aan de noordelijke en oostelijke grens van het terrein van Budel, dat een oppervlak van ongeveer 200 hectare inneemt. De putten halen precies hetzelfde volume water op dat vanuit het zuidwesten naar het gebied stroomt, waardoor een hydrologische barrière wordt gecreëerd en het vervuilde grondwater binnen het gebied blijft. Het opgepompte grondwater wordt gezuiverd gebruik makend van een innovatieve technologie, waarbij bacteriën worden gebruikt om het sulfaat te reduceren. De gerecupereerde metalen kunnen dan worden teruggevoerd naar het productieproces, terwijl het gezuiverde afvalwater wordt afgevoerd naar een lokale beek.
In de jaren '90 werden belangrijke wijzigingen aan het proces aangebracht, zoals het gebruik van geïntegreerde technieken om de uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxide van de zinkfabriek sterk te verminderen. Door een wijziging van het type voeding werd het productieproces verder aangepast, zodat de site sinds 2000 nagenoeg geen vast afval meer produceert.
Ook op het vlak van energie-efficiëntie is Budel een zinksmelter van wereldklasse. In 2000 ondertekende Budel de Nederlandse Benchmarking Convenant voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Daarbij werd onze energiebehoefte vergeleken met die van andere zinksmelters van over de hele wereld. Uit deze oefening bleek dat Budel momenteel als "best practice" bestempeld mag worden.



